Rozen


‘Kun je rozen meenemen?’ vraagt mijn dochter, ‘die zijn hier niet te betalen.’ Het duurt drie dagen voor we bij haar zijn en nog eens drie dagen voordat ze ze nodig heeft. ‘Dat heeft geen zin’ twijfelt ze, ‘laat maar zitten’. Maar haar vader is expert in inpakken en meenemen. Ook in bloemen. Juist in bloemen. Toen hij nog mijn vriendje was exporteerde de zaak van zijn vader elk jaar rond deze tijd rozen naar Scandinavië vanwege de studentenfeesten. Dag en nacht aan het werk om tienduizenden rozen op tijd in Finland en Zweden te krijgen. Hij woonde zo ongeveer in de veiling. Nu is onze kleindochter student in Zweden en kunnen we het van een andere kant meemaken.

We kopen witte rozen, een stevige soort en manlief rolt ze in vochtig papier, ijs en plastic en weet ik wat al niet meer. De hele bundel gaat in ieder geval hufterproef de camper in. We arriveren net op tijd in Zweden om onze kleindochter gepikt en gesteven in baljurk te zien vertrekken. Ik mag meteen mee om haar weg te brengen. Vanavond is het studentenbal en alle jongeren die dit jaar hun opleiding afronden verzamelen zich in het stadspark van Karlstad.

Over de gazons wandelen mooie meisjes in ruisende lange jurken in wit, zalmroze, robijnrood, licht- of donkerblauw, de haren gekapt, sieraden om, nagels gelakt. Een en al glitter en glamour. Kleindochter is beeldschoon in marineblauw met kanten bovenlijfje. Haar haren opgestoken, met een klein toefje gipskruid erin. De jongens zijn allemaal in donker pak, een enkele held waagt zich in een hagelwit kostuum. Kleindochter heeft haar jurk gewoon via internet gekocht en haar moeder heeft zelf haar kapsel verzorgd. ‘Je wilt niet weten hoeveel geld ze spenderen aan dit spektakel’ vertelt mijn dochter. ‘Ouders investeren kapitalen in dit feest, ze kijken er het hele jaar naar uit en vinden het vaak nog belangrijker dan een bruiloft.’

Het is een on-Nederlands tafereel, al die prachtige jonge mensen paraderend door het park, want daar gaat het natuurlijk om: zien en gezien worden. De naaldhakken eisen hun tol en al gauw gaan hier een daar een paar schoenen uit en komen de blarenpleisters tevoorschijn. Het hoeft gelukkig niet voor lang, want de auto’s staan klaar. Ieder die een vader, oom, opa, of buurman heeft met een oldtimer, strikt die om vandaag mee te rijden in de optocht. Een lange stoet cabrio’s, Chevrolets, en zelfs een brandweerwagen toeren luid claxonnerend door het stadscentrum. Juichende studenten erin. Straks is er een groot buffet en bal in een van de prominente gebouwen in de stad.

De Aalsmeerse rozen staan nog thuis in een emmer in de keuken. Die zijn over een paar dagen pas aan de beurt.