Op pad

De komende weken brengen we ons leven weer terug tot 15 m2. Heel verhelderend, een mens heeft eigenlijk niet meer nodig. Alles in onze camper is gepakt voor een verblijf van drie weken in Zweden. We gaan lekker op pad, honden mee. We veroorloven ons de luxe om vanaf Kiel de boot te nemen. Het is fantastisch weer, zelfs heet en we picknicken boven op het dek. Met kaasjes, crackers en een flesje tussen ons in varen we het zeegat uit. Hoe leuk kan je een vakantie beginnen. ’s Avonds in de hut kijkt man tennis en lees ik mijn Agatha Christie uit.

Als de boot de haven van Göteborg binnenvaart, pakken we onze spullen, doen de honden aan de lijn, ik werp nog een blik in de badkamer, niks vergeten? nee, alles is leeg en we begeven ons in de meute naar de uitgang. Geen sinecure om twee honden drie tassen en onszelf in een toch al volle lift te proppen. Beneden op autodek 5 zetten we tassen in de camper en de honden op hun plek. Ik ga zitten met mijn rugzak voor mijn benen. Klaar voor vertrek.

En ineens denk ik: ‘mijn e-reader, waar is mijn e-reader?’ Een snelle blik in mijn rugzak, daar zit hij niet in. ‘Ik denk dat ik hem boven in de hut heb laten liggen’ zeg ik tegen Man. Die zegt iets onvriendelijks, maar ook ‘ga halen, ik rijd het dek wel alvast af.’ Binnen een minuut ben ik bij de eerste de beste lift en zoef naar dek 8. Daar kom ik op een andere plek aan dan anders en ren vervolgens langs alle gangen op zoek naar hutten in de 8200 serie. Het dek is verder leeg en het schoonmaakpersoneel al aan de slag. In de hut vind ik ‘hoera’ mijn e-reader onder het kussen.

Ik gris het ding mee en spurt vervolgens richting trappen. Ik race vier trappen naar beneden, geen uitgang te bekennen, nog maar eens vier, ik zit inmiddels op niveau dek 3. Waar is in vredesnaam de deur naar het autodek? Die blijkt er in dit trappenhuis helemaal niet te zijn. Terug omhoog, weer naar dek 8. Ik heb inmiddels een Titanic gevoel. Waar is de uitgang? Waar vind ik redding? Al hollend bereik ik bekend terrein, hier is het restaurant, daar de bar, ik sjees de bocht om bij de receptie, gelukkig: de groene trap. Alle zes weer full speed naar beneden. Als sissend de deur naar het autodek openschuift kijk ik eerst voorzichtig om het hoekje. Als passagier een autodek op waar net alle vrachtwagens vertrekken is geen handige positie. Ik bof, de eersten beginnen net op te trekken. Ik schuif er langs en stap met klotsende oksels onze camper in: ‘Ik heb hem’. Man schudt zijn wijze hoofd en start net de motor. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd. Hèhè, er zijn van die vakanties waar je reuze fit van blijft.