Pinksteren

Als sinds jaar en dag brengen wij het Pinksterweekend met familie op Texel door. Ooit door ons begonnen als een kampeerweekend met de kinderen is het uitgegroeid tot een jaarlijks evenement waarbij nagenoeg alle broers en zussen, neven en nichten plus aanhang aanwezig zijn. Vijftig personen, die allemaal een lijntje hebben met die familie waarvan mijn echtgenoot de oudste is. De leeftijd varieert van twee tot zestig plus en op vrijdag of zaterdag waaien ze allemaal de kampeerboerderij binnen. De slaapzalen zijn ingedeeld, het corveerooster hangt aan de deur en er is ruim ingekocht aan happen en dranken.

Het worden dagen met een gouden randje: het weer zit mee, de zon doet zijn best, de temperatuur is lekker. Er wordt gefietst, gewandeld, gevolleybald, gevoetbald, geborreld, veel geborreld, gelachen en gepraat.

Het leuke is dat we alle disciplines in huis hebben: Inkopers en verkopers, een timmerman, een loodgieter, een kapster, een brandweerman, een automonteur, een sportinstructeur, een verpleegkundige, een militair, een juriste, een arts, een journalist, studenten, tieners en een peuter. Met elkaar zouden we een succesvol zelfverzorgend maatschappijtje op kunnen zetten. Het is dit weekend één groot feest.

En dan op zondagavond gaat het mis. Onze hond heeft een aanvaring met de alom geliefde zwager, degene met de meeste energie en dadendrang, de man op wie je altijd rekenen kan. Het is van twee kanten onbedoeld, maar door een verkeerde inschatting van allebei wordt het niet een geval van man bijt hond, maar hond bijt man. Met een aderlijke bloeding tot gevolg. Achteraf bezien is het verbazingwekkend wat er dan gebeurt. Bij de eerst aangesprokenen komt het niet meteen binnen: ‘Oh het is E weer, die doet altijd gek, hij heeft weer wat.’ Maar nichtje en neef grijpen in. Zij drukt de wond dicht, hij bindt de arm af, neef twee zet hem op een stoel en neef drie belt 112 en legt helder en duidelijk uit wat er is gebeurd.

In no time staan zowel politie als ambulance voor de deur. De eerste kan onverrichter zake weer vertrekken. In de ambulance wordt de patiënt geholpen. Diegene die er bij betrokken zijn doen hun ding, de rest bemoeit zich er niet mee en houdt zich afzijdig. Er is totaal geen paniek of chaos. Een uur later is alles geregeld. Wij schuiven weer aan het bij kampvuur, de patiënt krijgt een pijnstiller en een drankverbod, de rest neemt nog maar een glaasje voor de schrik. Voor de avond om is, is het alsof er niks is gebeurd. En voor de zoveelste keer realiseer ik me weer wat een bijzondere familie het is waarin ik terecht ben gekomen.