Avontuur


Van mijn voornemen om er dit jaar nou eens geen expeditie van te maken, maar een rustige vakantie in een leuk jurkje, met gelakte nagels en witte wijn op een terras, is alleen de witte wijn gelukt. En niet eens op een terras. Alhoewel je de leuke veranda bij onze dochter ook gerust en terras kunt noemen. En daar was ook witte wijn. Maar verder werd het een glaasje op een campingstoeltje.

‘Ik hoef niet perse naar Noorwegen hoor’, heb ik tegen mijn echtgenoot gezegd. ‘En ik hoef al helemaal niet naar de Hardangervidda, want daar hangt óf een dikke mist, óf het regent er. Gewoon leuk in Zweden blijven vind ik ook prima. Het is goed weer, dus ik hoef niet zo ver.’ Nou heb ik weinig in te brengen als het om afstanden gaat, dus vond ik mijzelf een paar dagen na deze opmerking terug op die beroemde Noorse hoogvlakte, in de sneeuw, die zompig en kledderig was van de onophoudelijke regen. Ik heb niet eens gezegd ‘zie je nou wel’ en ik vind dat dat een positieve aantekening verdient op mijn lijstje van relatiepunten.

Mooi was het er wel, dat is het er altijd. Kun je klaar zijn met mooi? Ik wel, ik heb genoeg moois gezien en ook genoeg avonturen beleefd. Ik wil rust en zon en bruine benen en een stukje wandelen, met de nadruk op stukje en een beetje lezen en dan zonder de nadruk op een beetje. Het kostte ons nog een halve dag om weer een beetje in de bewoonde wereld te komen. De route voerde langs bochtige fjorden, donderende watervallen, woest kolkende rivieren die zo vlak langs de weg stroomden, dat ik er bang van werd.

Het was prachtig en indrukwekkend, maar er was overal zoveel watergeweld, ook uit de lucht, dat ik er niet over peinsde om ergens te stoppen en het uitzicht te bewonderen. De camping die we uren later bereikte stond blank. Bij het uitlaten van de hond sopte Man gelijk tot zijn enkels in het water. ‘We gaan weg en ik rijd door tot het droog is’ zei hij en daar was ik het roerend mee eens. Het is goed gekomen. We hebben nog drie prachtige dagen aan de kust van Zweden doorgebracht. En nu zit ik weer thuis, in onze eigen achtertuin, met zon en witte wijn. Ik zei het toch al, je hoeft niet zo ver weg.