Logé

‘Jullie land is wonderlijk’, zegt onze logé in het charmante accent dat de Zuid-Afrikaanse taal eigen is. Ze studeert in Pretoria, maar is geboren en opgegroeid op een farm in Namibië. Haar vader is veeboer en paardenfokker midden in de Kalahariwoestijn. We hebben haar ouders ontmoet tijdens een van onze reizen en zijn vrienden voor het leven geworden. Van die mensen die je maar een keer in de paar jaar ziet, maar dan gewoon weer verder praat waar je gebleven bent. Louie is bijna afgestudeerd als veearts en komt nu vijf weken coschappen lopen op de faculteit diergeneeskunde in Utrecht. ‘Of wij haar een beetje wegwijs willen maken in Nederland’, vraagt haar moeder. Met alle plezier. ‘Kom die weken maar bij ons wonen’, heb ik gelijk aangeboden. Ik had nog wel iets terug te doen na alle gastvrijheid die we verschillende keren bij haar ouders hebben ontvangen.

Het is haar eerste bezoek aan Europa en een groter contrast met waar ze vandaan komt is niet te bedenken. ‘Is het openbaar vervoer veilig?’ vraagt ze als ik een verbinding Aalsmeer - Utrecht voor haar uitzoek. ‘Ja natuurlijk’ zeg ik ‘Je kunt hier zo maar in elke bus, trein of metro stappen die je maar wilt.’ Fietsen kan ze wel, maar doet dat in Pretoria alleen maar op de campus van het ene gebouw naar het andere. Dat ze op mijn fiets zonder gevaar voor eigen leven zomaar even naar het dorp kan peddelen is een openbaring. Ik haal rauwe melk voor haar bij de boerderij in Vrouwenakker, omdat ze gewend is het zo onder de koe vandaan te drinken en de supermarktvariant maar surrogaat vindt. Zelf moet ik er niet aan denken, aan geen van beiden trouwens.

En dan al dat water dat we hebben. Succesnummer bij elke buitenlander is altijd even een tochtje langs de Westeinder boulevard of de Herenweg. Aan de ene kant het water van de Poel dat tegen de oevers klotst aan de ander kant de lager gelegen tuinen en akkers. ‘Ik wil graag in het echt een dijk zien die het water tegenhoudt’ zei een van onze bezoekers eens. Nou, een beter voorbeeld kun je niet geven. En als er dan ook nog iemand in zijn tuin staat te spitten is het succes compleet. ‘Dat gaat niet goed’, is vaak de reactie, ‘straks hebben jullie een overstroming’. Met een bezoek aan het Cruquis museum kunnen we dan prima laten zien hoe onze waterhuishouding in elkaar steekt. Met Louie moeten we dat nog doen. Voorlopig vindt ze ons weer fantastisch. ‘Twintig graden en regen, mooier kun je niet hebben,’ zegt ze. Thuis in Namibië regent het één keer in het jaar. Als ze geluk hebben.