Fiets


Aan onze logé hadden we verteld dat fietsen ideaal was in Nederland. Geen probleem, je stapte maar op een rijwiel en je kon overal naar toe waar je maar wilde. Sterker nog, er waren zelfs speciale wegen voor, fietspaden geheten. Werkelijk volkomen veilig. Wat we er niet bij vertelden, was dat de fiets zelf niet zo veilig was, dat vergaten we even. Althans ik vergat dat, want ik ben onnozel. En dan bedoel ik niet technisch gezien veilig, want op dat gebied was mijn fiets volkomen in orde, maar als lustobject, als hebbeding. Ik rijd al jaren rond op mijn leuke Gazelle Orange. Met koeientas. En daarvoor ook nog eens jaren op een Giant, zonder koeientas, maar een leuke rooie, stijl postbode. Nooit een fiets gestolen, niet uit mijn schuur en ook niet vanaf een parkeerplaats. Mijn vertrouwen in de mensheid is op fietsgebied nooit op de proef gesteld.

Van de week kon ik onze logé niet in alle vroegte bij het busstation afzetten, want wij hadden andere plannen. ‘Neem mijn fiets maar’ zei ik. ‘Die zet je gewoon op het Hortensiaplein en dan rijd je ‘s avonds weer terug. Wel op slot doen hoor’. Natuurlijk deed ze dat, het sleuteltje kon ze zo inleveren, maar de fiets niet. Het was gelijk een deuk in haar heerlijk Holland beeld. Van 6 uur ’s morgens tot 6 uur ’s avonds zonder begeleiding bij de bushalte staan was blijkbaar te uitdagend, zeker met zo’n opvallende tas. Die fiets riep gewoon: ‘neem mij mee’. En daar heeft iemand naar geluisterd.

En nou moet ik een andere, want ik mis hem best. Het is natuurlijk achterlijk om met dit weer voor ieder akkefietje in de auto te stappen. Maar er zit niks anders op, aan die mannenfietsen in onze schuur begin ik niet. Ik vind dat ik er nog niet de leeftijd voor heb, maar nou ik toch op zoek ben, ga ik voor een elektrische. ‘Altijd voor de wind’ zei iemand tegen me en dat lijkt me ideaal. En ik wil een witte. Dat is idioot, ik weet het, maar ik wil mijn hele leven al een witte fiets en dat is nooit gelukt. Het werd een grijze, een blauwe, en een groene. Gewoon omdat het goede fietsen waren en de kleur van ondergeschikt belang was, volgens manlief. Maar ik laat mij nu niet meer van de wijs brengen, het wordt een witte. Met een extra ketting om hem vast te leggen, want dat had ik natuurlijk al eerder moeten doen.

‘Nou wil je straks zeker ook een witte kist?’ vroeg manlief grijnzend. Daar heb ik gewoon ja op gezegd.