Zo lief!


En nou zit ik zomaar ineens zonder fiets. Gestolen bij het busstation. Nu is dat tot daar aan toe, maar dat ik voor ieder akkefietje de auto moet pakken is natuurlijk idioot. Naar Sous-Terre voor een schilderdemonstratie, naar de Hoogvliet voor wat gemiste boodschappen, een brief naar de brievenbus, kaarten bij een vriendin in Kudelstaart. Om te lopen is het allemaal net even te ver en een fiets is er niet. Ja, er staan wat herenmodellen in de schuur, maar daar heb ik net zo min het postuur als de conditie voor. Op mijn leeftijd je been over zadel en stang zwieren is geen optie meer. Of het lukt me niet, of ik val halverwege om. Kortom ik moet daar gewoon niet meer aan beginnen. Dus start ik, voor elk niemendalletje waar ik naar toe moet, de auto. En daar baal ik van. Een nieuwe fiets is in bestelling, maar omdat ik er een zakenmodel van wil maken neemt dat wat tijd in beslag.

‘Slaap je? Of lig je te lezen?’ port manlief me maandagmorgen om half zeven in mijn zij. Het laatste is het geval, dus ik ben aanspreekbaar. ‘Ik heb zo gedacht’, zegt hij, ‘dat het misschien verstandig is om morgen de rijwielhandel te bellen en te vragen of je voor de komende week een fiets kan lenen.’ Het lijkt mij een wijs plan.

En dan komt er ’s morgens een mailtje van de redactie binnen. Lieve mevrouw Tas heeft een berichtje gestuurd waarin ze mij spontaan haar fiets aanbiedt. ‘Die staat maar werkeloos in mijn schuur’, schrijft ze, ‘te wachten op een nieuwe eigenaar, omdat ik een leeftijd en gezondheid heb dat het niet meer verantwoord is om te fietsen.’ Ik mag hem zomaar op komen halen. Gratis.

Een paar uur later sta ik bij haar in het schuurtje naast een prima Gazelle, met glimmende velgen, twee zijtassen en een nagenoeg nieuw mandje aan het stuur. Alleen de banden zijn bijna leeg, maar dat is na een paar minuten verholpen. De pomp mag ik ook nog meenemen, plus een extra slot. Ik ben zo blij als een kind. Mevrouw Tas krijgt drie zoenen van me en ik peddel heerlijk langs de Westeinder op mijn zojuist gekregen Gazelle, met lage instap. Heerlijk. Ik moet alleen even wennen aan de terugtraprem. In de tas blijkt later ook nog een zadeldekje en een poncho te zitten. Het is, zoals mevrouw Tas al zei, een prima boodschappenfiets. Vandaag ga ik een grote bos bloemen bij haar brengen. En de fiets noem ik ‘Annie’.