Hoogconjunctuur

Mijn nieuwe fiets verplicht wel tot gebruik. Ook bij twijfelachtig weer, moet ik gewoon op de fiets naar een afspraak. Niks auto. Maar ja, dat betekende wel dat ik, bij vertrek uit het buurthuis na een gemeentelijke infomiddag, geconfronteerd werd met een ongelooflijke plensbui. Ik had al die tijd staan praten met een leuke man, die ik wel meer tegenkom bij politieke bijeenkomsten. Samen stonden we bij de deur naar de stortregen te kijken. Er zat niks anders op, ik moest er door. ‘Je bent gek’ zei hij, ‘dit ga je niet doen. Je kunt net zo goed even wachten. Kom op dan gaan we wat drinken. Wil je koffie? Thee? Of fiets je beter op een glas wijn?. Natuurlijk fiets ik beter op een glas wijn, en er zat een dikke vijf in de klok, dus het mocht. We hadden samen, zo aan de bar in het buurthuis, helemaal een leuk gesprek. Wij zijn leeftijdgenoten en waren het al snel eens dat we in een geweldige tijd zijn op gegroeid. Kinderen van net na de oorlog, alles was in opkomst. En we gingen gewoon in de vaart der volkeren mee. Hij was, net als ik, met zijn eerste vriendinnetje getrouwd, (in mijn geval mijn eerste vriendje) en is daar nog steeds heel gelukkig mee. Op die leeftijd denk je heel simpel over een relatie. We gingen gewoon de strijd aan met elkaar en met het leven. Maar wel samen. ‘

We waren tieners in de zestiger jaren en dat was een fantastische tijd. ‘We hadden goeie muziek’ zei hij. Ik kon niet anders dan mee knikken: De Beatles, de Stones. En we hadden Flower Power en hasj cake. Dat is aan me voorbij gegaan. Ik had niks met die bloemetjesjurkencultuur en die cake bakte ik zelf wel. Zonder hasj. Drugs was niet mijn ding. Nooit enige interesse gehad.

Er was werk genoeg. Net als bij mij lagen ook bij hem de brieven met de banen in de bus: Kom alsjeblieft bij ons werken. Nog voordat we eindexamen hadden gedaan. En als je zakte maakte het ook niet uit, die baan kreeg je toch wel. ‘Ik heb altijd leuk werk gehad’ zei hij ‘En als het niet meer leuk was, ging ik gewoon iets anders doen.’ Zo achter een glaasje wijn waren we het samen roerend eens. Bofkonten zijn we. Nog steeds.