Solidair

Een gevleugelde uitspraak van Henk Rondvaart is: ‘Hoe groter de boot, hoe minder hij vaart.’ Daar wil ik er nog een aan toe voegen: ‘Hoe duurder de auto, hoe asocialer de inhoud.’ En dan bedoel ik niet het kratje bier of de dure doos wijn in de kofferbak, maar de man of vrouw achter het stuur. Ze parkeren hun automobiel pal voor de winkel en bij school het liefst voor de ingang. Kind uitladen, wegwezen. Het parkeerterrein is voor andere mensen. Ze zijn ook meesters in het voordringen. Hun auto is niet alleen duur, maar ook groot en snel. Ze hebben haast, iedereen opzij alsjeblieft. Ik kwam zaterdagmiddag weer een mooi staaltje agressief rijgedrag tegen. Of het door het slechte weer kwam, of vanwege malaise in de techniek, feit is dat de stoplichten her en der in het dorp het opgegeven hadden. Zo ook op de Westeinderboulevard. En daar is het lastig inschatten wie er dan als eerste mag. Samen gaat niet, elkaar halverwege tegenkomen zorgt voor precaire situaties. En die moet je altijd zien te vermijden.

Vanaf de Watertoren doet een automobilist een voorzichtige poging op te trekken om de oversteek naar het Westeinderpaviljoen te wagen, maar dan komt er vanaf Kudelstaart een bolide aanstormen. Vol gas, knipperende lichten, claxonnerend. Zijn tegenligger kan nog net op tijd achteruit. Wat een aso en wat een haast. En dan te bedenken dat AH echt tot acht uur open is. Ook op zaterdag.

Zelf had ik totaal geen last van enig falend stoplicht, want ik was op de fiets, regenbroek aan. Dat is op zich al een nostalgisch tripje, ik kan me de tijd niet heugen dat ik zo’n ding heb aangehad, vroeger peinsde ik er niet over. Liet me liever zeiknat regenen dan zo’n stom regenpak aan te trekken, ondanks smeekbeden van mijn moeder. Het regende gestaag van de lucht, dus hij kwam goed van pas. Ik was die middag op weg om verslag te maken van een bijeenkomst van Groen Links en dan is met de auto komen in mijn optiek geen optie, hoewel verschillende leden van de partij daar anders over denken, heb ik het idee. Ik heb me in ieder geval voor de goede zaak vrolijk zeiknat laten regenen. Voor manlief gold hetzelfde. Niet voor de politiek, wel voor de goede zaak: de heg snoeien bij zijn dochter. Ook met regenbroek aan. Er bleek meer onder mijn kapstok te liggen dan ik voor mogelijk had gehouden. We zijn beiden druipend thuis gekomen. Als altijd solidair.