Manicure

In een bui van ijdelheid besloot ik naar een nagelstudio te gaan.

Ik had een feestje en het leek me leuk om daar nou eens met mooi gemanicuurde handen te verschijnen. Gel-lak klonk heel leuk en veilig en ook weer niet zo definitief als kunstnagels. Een afspraak was zo gemaakt. Ik werd gevijld en gepolijst en nog eens gevijld en gepolijst en toen ging er een laagje blank overheen en een kleurtje en dacht ik dat ik klaar was. Dat was een misvatting. Er volgden nog drie lagen en tussendoor mocht ik mijn nagels drogen onder een lamp, de vingers keurig gespreid. Het was al met al nog een heel gedoe.

Maar het resultaat was werkelijk prachtig. Zelfs Man viel het op. ‘Wat heb je een mooie nagels’ zei hij, zomaar uit zichzelf zonder dat ik ook maar enige hint had gegeven. En dat wil wat zeggen. Ik maakte goeie sier met mijn handen, liet ze overal zien en iedereen was vol bewondering. Ik besloot onmiddellijk: dit ga ik vaker doen.

Een week lang waren ze beeldschoon en de week daarop ook nog. De derde week ging je het verschil zien. Mijn nagels groeide door, maar de lak niet mee en de vierde week was de schoonheid op. Ik liep rond met nagels die voor de helft gelakt waren en voor de helft niet. Ik deed er nog een laagje overheen, maar dat was geen succes. Het moest er gewoon af.

Tijd voor een afspraak bij de nagelstudio had ik niet. Bovendien realiseerde ik me dat ik dan over drie weken weer met hetzelfde probleem zou zitten. Ik raadpleegde Internet. Tien vierkantjes aluminium folie, daarop in aceton gedrenkte watjes, vingers inpakken en 15 minuten in laten trekken. Zie het voor je: vijf in alufolie ingepakte vingers die vijf andere vingers in moeten pakken. Het werd één drama, de aceton droop langs mijn ellebogen. Natuurlijk had ik hand voor hand moeten doen, maar ik bedacht deze actie niet terwijl ik naar Heel Holland Bakt kon kijken, maar ’s morgens om acht uur, met om half tien een afspraak, een was die in de wasmachine moest en de vaatwasser die ik leeg wilde ruimen. Dat ging in ieder geval niet met die alu vingers. Zoon adviseerde het stanleymes, zelf heb ik de dunschiller geprobeerd. Uiteindelijk heb ik

de voetschuurmachine er op gezet.

Het is eraf, maar ik loop nu rond met nagels die eruit zien of ze tussen de tramrails hebben gezeten.

Eigenlijk wist ik het al, maar nu helemaal zeker: nagels zijn niet mijn ding.