Tuffi

November 9, 2017

 

 

Het afgelopen jaar heb ik een nauwe band opgebouwd met de kat van de buren. Een grijs-witte kater met het uiterlijk van een warm angoravestje. Pluizig en zacht. Zelfs zijn naam doet een hoog aaibaarheidsgehalte vermoeden. Tuffi, welke man heet er nou zo.

Al die schoonheid en lieftalligheid is maar schijn, want Tuffi is een kater met een killermentaliteit. Hij vangt net zo makkelijk ratten als jonge hazen. Het eerste vinden we geweldig, het tweede iets minder, maar leg het verschil maar eens aan een kat uit. Als we een doodgebeten rat op het tuinpad vinden, denk ik: gadver, maar ook: goed zo! Dat heeft vast Tuffi gedaan. Dat Ollie (onze eigen kat) verantwoordelijke is, verwacht ik niet. Die presteert ook wel zoiets, maar heeft dan gelijk de gewoonte de trofee mee naar binnen te slepen en achter de plantenbak te deponeren. Maar het is ook gebeurd dat ik mij ’s morgens bij de buren meldde voor een oppasuurtje en bij de keukendeur een pluizig slachtoffer vond. ‘Wat ligt daar’ vroeg ik aan de buurman. ‘Een babyhaasje’ zei hij, ‘heeft Tuffi net gevangen.’ Waarom ik nou bij een dood babyhaasje wel een steek in mijn moederhart krijg en bij een dooie rat niet, is voer voor psychologen.

Deze zomer brak Tuffi tijdens een van zijn jachtpartijen een voorpoot. Een dag voordat zijn baasje op vakantie ging. Aan mij de schone taak om de patiënt te verzorgen. Twee keer per dag bracht ik hem een bakje voer en duwde hem dan gelijk een pilletje door de strot. Probleemloos, hij vond dat prima. Deed zelfs gewillig zijn bek open. Eigenlijk moest hij rust houden, maar goed, dat is niet te doen met een kat van dat kaliber.  Als ik het pad op kwam riep ik hem: ‘Tuffi, Tuffi’. En steevast kwam hij op drie poten aanhobbelen, waarna we wederzijds knuffels uitwisselden.

Tussen Ollie en Tuffi botert het iets minder. Dat snap ik niet, want hij is op zich een knappe kerel, dus pak je kansen zou ik zeggen. Maar Ollie is gewoon een chagrijnige oude muts, die niks van mannen moet hebben. 

Toen ik na ons kampeerweekje weer het huis in stapte vond ik daar Ollie met grote schrikogen, zittend boven op de bar. En wie lag daar prinsheerlijk languit te snurken op onze bank? Precies: Tuffi. Hij had de afgelopen week op ons huis gepast. Ik zei het al, we hebben een band opgebouwd.  

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload