Birds

Ik word een beetje treurig van al die regen de afgelopen dagen.

In de tuin is het een natte bende, het grasveld een zompig moeras, de vijver stroomt over -dat is een bijkomend voordeel, hij is definitief niet lek- en de kippen schuilen kleumend onder de coniferen. Als de honden binnenkomen laten ze een spoor van natte poten achter door het hele huis. Dat zouden ze op de hondentraining nou moeten oefenen; een hond die zijn poten kan vegen.

De polder naast ons huis staat voor een deel onder water. Grote plassen tussen de overgebleven stoppels. Het ziet er troosteloos uit, maar dat is schijn, dat veld is een plek vol activiteiten, het is er een drukte van belang. Net als de landingsbanen op Schiphol is het één groot komen en gaan van reizigers. Vogels in dit geval.

Toen de kinderen nog jong waren hebben we in de voorjaarsvakantie verschillende keren een huis in de duinen op Vlieland gehuurd. Vaste prik was dan een wandeling naar de Kroonpolders, een prachtig natuurgebied en een pleisterplaats voor duizenden vogels. Zo’n natuurgebied ligt nu naast mijn huis. Als in september al het mais van het veld is, wordt het een verzamelplaats voor allerlei soorten vogels. De achtergebleven maiskorrels zijn de voedselbron om nog even te foerageren voor de grote trek naar het zuiden. Honderden ganzen strijken er neer blijven een paar dagen om te eten en te badderen en trekken dan met grote groepen weer verder om plaats te maken voor de volgende vlucht die arriveert. Naast al die variëteiten aan ganzen zijn er duizenden spreeuwen die er hun spectaculaire duikvluchten uitvoeren. Bijna dagelijks fiets ik er langs en stap altijd even af om dat schouwspel te bewonderen. Het ene moment is er niets aan de hand, het volgde moment stuiven ze massaal omhoog voor een showballet in lucht. Ik kan er ademloos naar kijken. De meeste vogels zijn nu weg, de winter is in aantocht, maar de thuisblijvers doen het met de restjes die zijn overgebleven. Een zilverreiger stapt parmantig met hoge poten door de plassen op zoek naar een muisje of ratje. En die zijn er ook genoeg. De kraaien kiften om de laatste korrels, zoals kraaien altijd kiften. Ze bivakkeren met duizenden in die polder. Als ik langskom, stuiven ze op en vliegen krijsend om mijn hoofd. Als in een Hitchcock film.