Overwinteren

We gaan het gewoon een keer proberen, zeiden we tegen elkaar. Kijken of het ons bevalt overwinteren aan de Spaanse Zuidkust. De kou en nattigheid in Nederland ontvluchten, ons niet druk maken over kerstboom, kalkoen of oliebollen, maar een beetje in de zon aan het strand zitten. Als de temperatuur mee wil werken, moet dat prima te doen zijn. We mogen niet klagen, er zijn dagen van twintig graden en dat begin januari. Op de dag maken we een strandwandelingetje, ’s avonds klitten we bij elkaar in SAM met een borrel, een hap en een spelletje. Ik overweeg nog even om een Nieuwjaars duik te nemen in de Middellandse Zee, want wanneer krijg je daar nou de kans voor? Maar de hardnekkige verkoudheid die ik te pakken heb weerhoudt mij er van. Ik kan beter mijn verstand gebruiken.

Gewend als we zijn aan de Hollandse zandstranden en duinenkust, vallen de stranden aan de Costa del Sol een beetje tegen. Veel hoogbouw, kampeerplaatsen langs de snelweg, die in mijn optiek allemaal Tokkies campings zijn en stranden die door hun fijne grindstructuur nog het meest doen denken aan een grote kattenbak. Na een paar dagen gaan we op zoek naar avontuur en cultuur – Sevilla, Cordoba, Ronda en Granada staan nog op het verlanglijstje- en trekken de binnenlanden in. Daar krijgen we gelijk wat wij noemen ’Het Johannesburggevoel’. In de ochtend ijzig koud, maar rond het middaguur stijgt de temperatuur naar zo’n zestien graden. We zijn volledig uitgerust met fleecedekens, kussens, warme sokken, een eigen toilet en een kacheltje, maar ’s morgens zijn de temperaturen in de bergen rond het vriespunt en dan is douchen in een onverwarmd toiletgebouw toch wel een Spartaanse ervaring. Als er al een douche is. Regelmatig staan we alleen maar op een camperplaats, midden in het bos. Het ijs staat op de ramen en de theedoeken hangen bevroren aan net rek. Overwinteren is toch ook wel een beetje een avontuur.