't Gele Gevaar

Er kan veel van mijn verlanglijstje geschrapt en dat wil wat zeggen, want er stond het nodige op: Sevilla, de druipsteengrotten van Nerja, Jerez de la Frontera voor de sherrycultuur, Cordoba, Ronda met zijn prachtige brug, en met stip op een: La Alhambra in Granada. Ik ben er geweest en heb het allemaal gezien. Adembenemend mooi en indrukwekkend.

In de afgelopen weken, tijdens al die bezoeken heb ik wel een allergie voor Chinezen ontwikkeld. Ze komen met busladingen tegelijk aan en beginnen meteen met landveroveren. Denderen met tientallen om en over je heen, duwen je opzij, zij zijn met veel, dus jij kunt aan de kant. Camera’s in de aanslag. En denk nou niet dat ze foto’s van al die prachtige architectuur maken, of van de mooie omgeving, nee ze maken alleen maar foto’s van zichzelf.

Van het fenomeen selfie hebben de Chinezen een ware cultus gemaakt. Met een vooruitgestoken stick, hun smartphone erop geklemd, lopen ze langs de mooiste plaatsen, gunnen die geen blik waardig, maar kijken en praten constant alleen maar tegen zichzelf. En de hele trukendoos gaat open. Ik heb serieus een vrouw een statief met camera neer zien zetten voor een simpele grijze nis, om vervolgens een koffer vol sjaals uit te pakken en de ene foto na de ander te maken. Ieder keer een ander kleurtje en een ander houding.

Om onnaspeurlijke redenen hebben ze allemaal ook iets met hun benen wijd.

Het prachtige paleis Carlos V in het Alhambra is een cirkelvormig gebouw met rondom pilaren. In het midden haalt een Chinese familie alle mogelijk acrobatische toeren uit. Broer, wijdbeens opgetild door andere boers; foto. Zussen hangend op en over elkaar, benen wijd; foto. Ma in gele jas, wijdbeens, armen in de lucht en springen maar; foto. Vervolgens de hele truc ook nog eens in groene en blauwe jas; foto.

Het paleis kent 36 pilaren, bij een ervan sta ik dit idiote familietafereel te bekijken. De rest is leeg. En dan wordt er zacht toch dringend tegen mij aangeduwd: ‘Please…’ Ik kijk verbaasd om. Wat is de bedoeling? Ik sta niemand in de weg. Maar de dame in kwestie is heel vasthoudend. Ze begint weer tegen mij aan te duwen. Juist deze ene pilaar is de plek waar een selfie gemaakt moet worden. Of ik maar opzij wil gaan. ‘Ik peins er niet over’ zeg ik, ‘zoek maar een andere pilaar’. En allemaal in onvervalst Chinees. Want het is zoals mijn schoonzoon zegt: ‘als ik kwaad word spreek ik alle talen vloeiend.’ Van mijn dochter hoor ik dat de Zweedse overheid horeca ondernemers een cursus aanbiedt: ‘Hoe om te gaan met Chinezen’. Na deze vakantie kan ik daar de noodzaak van inzien.