Keuzes maken


Op zaterdagmorgen loop ik door de supermarkt op zoek naar winterkost.

‘Het is tijd voor erwtensoep’ heeft Man gezegd. Naast de erwten, prei en knolselderij heb ik net een Unox mager exemplaar in de kar gelegd als ik mijn ogen stoot aan een bak vol ‘ambachtelijke slagers rookworst’. In de reclame. Op zich een dubieuze aanschaf die worst, zo vlak voor de ‘week zonder vlees’, maar omdat wij vaker per week een vleesloze dag inlassen, vind ik dat ik mij daar niet aan hoef te houden. Worst dus. Voor in de soep. We kunnen kiezen tussen kipworst of rookworst.

Als muggenzifter stoor ik mij gelijk aan het feit dat er niet staat vermeld of de niet-kipworst nou van koe of varken is. Of misschien wel van paard? En hoe weten we nou welke worst kip en welke een ander beest is? Aan de buitenkant is het niet te zien. Wat een dilemma gelijk op de vroege ochtend. De slager zelf brengt uitkomst: een ander kleur labeltje.

Kip werd het niet, maar of er van de week nou koe, varken of paard in de soep zit, weet ik nog steeds niet.

Verder op zoek naar lekkere happen, want zoonlief komt het weekend eten met vrouw en kind. Pal tegenover de worsten staat een stelling met Paaschocolade. ‘Laten we er een voor kleindochter meenemen’ stel ik voor en vis een goudkleurig haasje uit het schap. ‘Niet zo’n vies in alufolie gerold ding’, zegt Man meteen ‘laten we een mooi verpakt exemplaar nemen’. Goed, ik pak een gezellig chocolade kipje in een doorschijnend plastic doosje en deponeer hem in de kar. ‘Niet die’ roept Man verontwaardigd ‘deze kijkt niet leuk. We moeten er een hebben die vrolijk kijkt, daar is kleindochter heel gevoelig voor.’ Serieus, om kwart voor negen in de ochtend staan wij te discussiëren over een chocoladekip met heldere blik. Ineens weet ik weer waarom ik met deze man getrouwd ben.

‘Jij mag kiezen’ zeg ik grootmoedig.

Een half uur later, als we met volgeladen auto op weg naar huis zijn, rolt er een berichtje in mijn telefoon. Dochter: ‘Hoi mam, ik hoor van mijn broertje dat hij vanavond komt eten, is het goed als wij ook komen?’

Mijn kinderen hebben geen communicatiewetenschappen gestudeerd, maar het was iets voor ze geweest. ’s Avonds, ik aan een sherry, hij aan een biertje, zeg ik tegen kleinzoon van twintig. ‘Zo’n chocoladekipje hoef jij niet meer toch?’

‘Stiekem eigenlijk wel’ zegt hij. Het is nog geen Pasen, ik heb nog even