Pech

May 29, 2018

 

‘Oma’s je hebt er niks aan. Ze fietsen over de stoep, steken hun hand niet uit en als je er wat van zegt, krijg je nog een grote bek ook.’ Aan het woord de röntgenoloog in het Gemini ziekenhuis in Den Helder. Daar zitten manlief en ik, samen met onze oudste kleinzoon. Hij heeft een uur geleden zijn pols gebroken tijdens een voetbalwedstrijdje. Je zou zeggen voetballen doe je met je benen, maar uitglijden en jezelf op willen vangen kan ook zo zijn consequenties hebben, dat blijkt maar weer.   

 

Die grote bek zou ik in dit geval absoluut niet durven. Ik ben veel te blij dat we geholpen worden. We bivakkeren met Pinksteren zoals altijd op Texel voor ons traditionele familieweekend. Tussen de veertig en vijftig mensen van 2 maanden oud (mijn kleinzoon) tot 60+ (ik en nog een aantal broers en zussen) en alles daar tussenin. Ik heb al eens eerder gezegd dat we alle disciplines in huis hebben en dat blijkt nu ook weer heel handig. De dokter meldt oudste kleinzoon gelijk aan in Den Helder en wij nemen spoorslags de boot van zeven uur. We zaten net aan de borrel en ik zou voor al die mensen eten gaan koken toen het incident zich voordeed. ‘We moeten nog wel terug vanavond’, opper ik voorzichtig tegen de verpleegkundige. ‘Halen we de boot van half tien?’ ‘Daar houden we altijd rekening mee’, zegt ze en kijkt ondertussen naar de gegevens van kleinzoon. ‘Je komt uit Amstelveen? Daar heb ik ook gewoond, in geval van nood slaap je maar bij mij.’

Dat geval van nood doet zich gelukkig niet voor. De dokter zet de pols weer in het gelid, de verpleegkundige metselt er vakkundig het gips omheen. Ze is net een stripverhaal, een enorme vrouw in een groot wit pak, knotje op haar hoofd met een kluifje  erdoorheen. Grote klompen en overal gipsspetters. Ze corrigeert de dokter ook nog even: ‘niet knijpen, anders krijgt hij blauwe plekken’.

Dat krijgt hij allemaal niet, het loopt gesmeerd. De pols is goed gezet en we kunnen ruimschoots op tijd weer terug. 

Wachtend op de röntgenoloog wil ik een berichtje sturen naar mijn dochter. ‘Doe weg dat ding’ roept hij vrolijk bij binnenkomst, ‘hij is nog niet dood’.  ‘Maar ik ben zijn oma’, piep ik. ‘Ik wil het even aan zijn moeder uitleggen’. ‘Dat doe je maar als alles goed is’  zegt hij en komt vervolgens met bovenstaande tirade.

Oma’s, je hebt er niks aan? Dit weekend toevallig even wel. 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload